







Het ontstaan van Raku, en de samenhang met de theeceremonie
Raku is van oorsprong een Japanse stooktechniek voor keramiek die in de open lucht plaats vindt. Deze stooktechniek onderscheidt zich van de Westerse traditie doordat het werk niet eerst afgekoeld, maar juist op de hoogste temperatuur uit de oven wordt gehaald.
Het hele stook- en afkoelingsproces is door de keramist van het begin tot het eind te volgen en bij te sturen. Dit in tegenstelling tot het normale stookproces.
Het stoken gaat ongeveer als volgt: De werkstukken worden in ongeveer een half uur opgestookt tot ongeveer 1000oC waarna ze, nog roodgloeiend, in een ton met zaagsel worden geplaatst.
Door de thermische schok ontstaan haarscheurtjes in het glazuur waar de rook doorheen dringt. Dit wordt smoren genoemd en geeft het typische craquele-effect.
Bij naked raku wordt gebruik gemaakt van een speciale sliblaag die onder het glazuur wordt opgebracht en door de plotselinge afkoeling met water losraakt van het werkstuk.
Het ontstaan van Raku, en de samenhang met de theeceremonie
De Raku-keramiek vindt zijn oorsprong in Japan. Hij ontwikkelde zich daar in nauwe samenhang met de theeceremonie.
Thee was volgens de legende, in de elfde eeuw uit China naar Japan gebracht door Boeddhistische monniken.
Deze gebruikten de thee als opwekkingsmiddel bij het urenlange mediteren. Na enige tijd werd het gebruik van thee overgenomen door de hofadel,
en drong het ook in andere lagen van de bevolking door.
In de zestiende eeuw werden door zogenaamde 'theemeesters' regels voor het gebruik vastgesteld,
met name voor het bouwen en inrichten van de theekamer, de ontvangst en het gedrag van de gasten, en de te gebruiken voorwerpen.
Vier dingen staan bij de theeceremonie centraal: natuurlijkheid, respect, harmonie en rust.
De theeceremonie, ofwel "cha no yu", wat men letterlijk kan vertalen als "heet water voor thee", drukte sterk haar stempel op het Japanse leven
en het Japanse schoonheidsideaal. Zowel in de architectuur als in de tuinaanleg, maar ook in de bloemschikkunst, keramiek en schilderkunst komt dit tot uiting.
Wat de keramiek betreft hadden de theemeesters in het begin een voorkeur voor Koreaanse en Chinese kommen, maar geleidelijk aan werden ook diverse soorten keramiek
die in Japan vervaardigd werden, voor de theeceremonie geschikt geacht. De theemeester Sen no Rikyu propageerde op het eind van de zestiende eeuw in het bijzonder
het gebruik van de Raku-keramiek, die in zijn eenvoud en natuurlijkheid zeer goed aansloot bij de theeceremonie.
De eerste pottenbakker die Raku-keramiek maakte was de in Kyoto werkzame Chojiro, zoon van een uit Korea gemigreerde dakpanbakker (1516-1592).
Chojiro's zoon Jokei, die het werk voortzette, kreeg van de Shogun (militaire heerser) Hideyosh een zegel ten geschenke als blijk van waardering voor het werk van zijn vader.
In dit zegel was het Chinese karakter "Raku" gegrift. Raku betekent vreugde, geluk, ook wel gemak of eenvoud. Hiermee werd Raku de familienaam van Chojiro en diens nakomelingen
die tot in de twintigste eeuw in de stad Kyoto werkzaam zijn en al hun werk van het stempel "Raku"voorzien.
Behalve theekommen maakten de Raku-pottenbakkers ook een aantal andere voorwerpen die nodig zijn bij de theeceremonie zoals theebusjes, waterpotten, schalen en bloemenvazen.
(Met dank aan Mieke G. Spruit-Ledeboer, en K. Hoogendam, E. Versteegh. )
Pas in de 20ste eeuw heeft raku, zijn weg naar het westen gevonden.
In Japan worden prachtige theekommen en andere voorwerpen die nodig zijn voor de theeceremonie, nog altijd op traditionele wijze van vader op zoon doorgegeven.
In 'de westerse wereld' heeft raku tegenwoordig nog maar zelden iets van doen met de oorspronkelijke Zen gedachte en zijn inmiddels verschillende keramisten deze techniek op geheel eigen wijze verder gaan ontwikkelen.
Deze ontwikkeling zet zich nog altijd voort. Door de vele experimenten, studie, samenwerking en internationale contacten
worden er steeds opnieuw verrassende en nieuwe technieken binnen deze bijzondere stooktechniek ontdekt en toegepast.
